zondag 10 januari 2016

het meisje en de wolkbreuk


toen maandenlang de vorst een schuilplaats had,
zodat zij ongehinderd heerste, zweeg de stad
want niemand klonk,
de adem was een lege tekstballon,
gaf steeds woordloos weer wat niemand schonk.

een offer, slechts een offerand’
het zal de balsem zijn voor ‘t land
het was een ongehoord geluid
toch zonden zij drie meisjes uit

met bibbervingers, zenuwachtig als libellen,
naaiden zij wat schapen in het weiland vast
nieuwsgierig kwam in akkerland en veld
wat groeisel op, niet meer door kou belast

een zon bleef staan,
in blauwer lucht met hier en daar een wattenwolk,
als spiegel van steeds groener grond
die bruintint naar ’t vergeten zond.
twee meisjes zongen ‘lente, lente’ naar het volk

toen –zacht- muziek de straat hervond,
een raam scharnierde, men weer buiten stond,
weerklonk het dode meisje uit de lucht,
een engelzang, een bries, een voorjaarszucht
‘ach, nu is de hemel groen’,
(het leek of zij zo sprak
vlak voor de wolk brak)

© ton de gruijter 

4 opmerkingen:

  1. Drie meisjes wens ik, met grote omgekeerde paraplu's. Opdat al dat hemelwater gevangen wordt voordat alles op het land wegrot.
    Helaas, wij kunnen niets.....
    Onze adem een verzopen tekstballon.

    BeantwoordenVerwijderen