maandag 8 mei 2017

'de wijdere blik'


de kade, de haven, de pier,
’t was allemaal winst op de zee
maar nog was het volk niet tevree
dus voer men steeds verder van hier

het vaartuig ‘de wijdere blik’ was gereed en voer uit
met de tranen van vrouwen en kind als haar doopnat
en zocht naar een gunstige wind

en maanden van niets kropen om

men hoorde pas laat op een dag
‘ ik zie zeil en de vlag!’
‘de wijdere blik’ was weer huiswaarts gericht,
een vrolijke drom zocht naar brandstof voor licht

’t getaande gelaat van de varensgezel werd gekust en gekust
en maanden nog sprak men in ’t uur van de nacht
over golfslag en winden vol kracht,
en waar het ‘de wijdere blik’ had gebracht
wat werd er gelachen bij ’t vreemde verhaal
van de volken die spraken in ’n andere taal,
met andere kleur van de huid
en voedsel, te sterk door het kruid
en vrouwen, zo zei men, met verf in het vel
en oorbellen, groot als de koperen bel van de houten kapel
en mannen, gespierd, maar versierd met een halssnoer of ring
en gekleed zo als hier nooit een enkeling ging

ze spraken van krakende spanten, gezang in het want
en lading, die door het gewoel van het water verschoof naar de kant

het maakte de dorpeling gulzig naar meer
‘de wijdere blik’ zou de einder weer zien
het wachten was slechts op het woord van hun heer

© ton de gruijter

4 opmerkingen: