woensdag 28 juni 2017

klankenvanger


als dertiende werd hij geboren,
direct na het volle dozijn
en nooit zou hij echt bij de anderen horen,
zijn beendergestel was te fijn
te fijn voor het werk op de akker of ’t veld
(dat werd hem vol deernis verteld)
te fijn voor de ploeg, voor de zeis, voor de hak
te zwak ook voor steenhouwerij
of het werk op het dak

maar hij ving de klanken

de lach in de kreun of de kreun in de lach,
het fluisteren van de verdwijnende dag
de zucht van het zonlicht, de waai in de wind
de toon van de vogel, de jank van het kind,
hoe blijdschap of droefheid verschil maken kon,
de ritsel van regen, de vlieg aan ’t plafond

zijn buit,
het geluid,
hij vertrouwde het toe aan papier
met afstand en vlaggen vol zwier
met krullen en strepen,
door niemand begrepen

en hij werd de rijkste van allen
hoewel hij geen geld en geen veld had of stallen vol vee
bezat hij ’t vermogen
verwonderd te raken
door klanken van land, lucht en zee

© ton de gruijter 

7 opmerkingen:

  1. Ongelooflijk mooi Ton... Dit gedicht verklaart zichzelf door de dichter zelf... Ben zeer geraakt.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. mooi - herkenbaar ook (al ben ik maar de laatste van 2 kinders ... ;-))

    BeantwoordenVerwijderen