woensdag 29 november 2017

heilwater


na zes jaar van zaaien en oogsten en vlijt
vergunden zij zich nu wat tijd voor de ziel
er was immers ruimte voor rust en respijt
omdat er niet veel te veranderen viel

en vier jongemannen, met longen vol lucht
(‘de heilzoekers’ noemde men hen vol ontzag)
verlieten de stad in het spoor van ’t gerucht
dat zin zich ontvouwt op een wondere dag

en één ging te voet naar het westelijk plat,
een ander vertrok naar het oostelijk woud
een derde naar noord, naar het drasland en wad,
de laatste naar zuid, naar de zeeën vol zout

de laatste kwam eerst en hij sprak van de kust
waar ’t water begon en het einde weer vond,
van smaak van het zout en van winden vol rust
‘een heling voor zielen, door zonden gewond’

men noemde hem ‘eerste’, nam wagen en paard
en elk droeg een emmer, een aker of ton
zijn woord werd -in schoonschrift geschreven- bewaard
zij vulden ootmoedig hun heilwaterbron

© ton de gruijter 

2 opmerkingen: