vrijdag 8 december 2017

gronden van klei


gewoontegetrouw was de raad lang bijeen
(als jaarlijks in donkere dagen)
zij zochten het antwoord op tientallen vragen,
slechts één kon de mooiste van allen zijn, één

en toen zij gekozen werd, werd zij gebaad
gezalfd, en ’t gezicht werd getint in pastelzachte kleuren,
bebet werd haar kapsel met bloemfrisse geuren
behangen werd zij met het fijnste gewaad

zo werden de raadsheren één maand bediend,
opdat zij met stelligheid konden verklaren
dat net als in vorige jaren
de mooiste haar lot had verdiend

            want schoonheid was wuftig, onwereldlijk, plat
            het leidde het manvolk van ’t arbeiden af
en zó was de schoonheid geen zegen maar straf
want zó kreeg de hellevorst grip op de stad
           
            het rein en de eerbaarheid diende geborgd,
            de preker verhaalde van hemel en hel,
            waar schoonheid geen nut had, waar wel
            en zij werd in ’t bijzijn van allen geworgd

en nu was de stad weer verlost en weer vrij
naar huis ging men heen voor een glas en vroeg slapen
om ’s morgens in vroegte weer krachten te rapen
voor ’t werk op de gronden van klei

© ton de gruijter 

6 opmerkingen: