woensdag 17 januari 2018

de kundige


na ’t eggen van ’t land
na ’t weiden van ’t vee,
vermaakten zij zich met slechts luisteren

de adem van wind en van vogels de zang,
het kortte de avond, zo was men tevree
in ’t geluid en de geur van het dal

de vrede ging echter alras weer teloor,
de ledigheid voelde als kussen voor lucifer’s oor
en zo werden bomen gekapt
werden dieren geslacht
en toortsen ontstoken, uit vrees voor de nacht
zij bouwden de huizen voor ’t weven van stof,
voor ’t bakken van steen, een gebedshuis, godlof!

en na ’t noeste arbeiden sloot men de deur

een enkeling miste de geur,
van het dal,
de adem van wind en van vogels de zang,
de rust bovenal

hij schilderde doeken met hoe het hem leek
dat men vroeger de avond bekeek
hij maakte muziek met de klank van de rust
die de brand in het brein zachtjes blust

en zo kwam men ’s avonds bijeen

men keek naar zijn doeken
en hoorde zijn lied
men bleef hem bezoeken
en zei met verdriet;

‘hoe kundig is deze die ’t oog en het oor
laat beleven wat men hier verloor’

zo prees men het dal,
de adem van wind en van vogels de zang,
de rust bovenal

het was zoals ’t hier nooit meer was

© ton de gruijter 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten