dinsdag 17 april 2018

'het fijn foedraal'


’t lag zelfs nog verder weg dan achteraf,
’t gezelschapshuis ‘het fijn foedraal’
tot hier klonk nooit de prekers taal
alsof het hier niet echt meer gaf

en toch vertelden verfwerk, drank, muziek …
dit oversteeg hoereerderij
hier hoorde het crapuul niet bij
want heel de taal van ’t huis sprak ‘chique’

gegoeden kwamen hier voor ’t klein vertier,
gegoeden, onbesproken van gedrag
zij eindigden hier hun lange dag,
het zaaigoed voor weldenkendheid
is immers ’t delen van plezier

de deernes deden hun bezoekers deugd
met dijwerk, van beloften strak,
de leest, gevormd door ’t lichte vak,
en bovenal,
het kanten lijf vol vreugd

zo vloeiden drank en spanning heen
in dit gezelschapshuis ‘het fijn foedraal’
want hier stond werkelijk de mens centraal
en kwamen aanbod en haar vraag bijeen

zo hemels was de zonde hier,
(de lijf’lijkheid werd haast sacraal
in dit gezelschapshuis ‘het fijn foedraal’)
en zo bewees zich reine onschuld in het klein vertier

en huiswaarts naar hun kraai en kind
werd elke man van vlees weer heer van hout,
(want welke wonde vergde zout?)
zoals het hoorde waren zienden blind

© ton de gruijter 

3 opmerkingen: