donderdag 6 december 2018

het zuigende slik


de welvaart nam toe in de groeiende stad,
de vruchtbare grond voedde mensen en ’t vee
dat dik was van vlees
en de wijn in het vat
was donker en vol
nieuwsgierigheid speelde steeds minder een rol
omdat men van alles voldoende bezat

en zo lag het vaartuig ‘de wijdere blik’
dat eertijds zo vaak door de wateren voer
-met tien man voor ’t want en slechts één voor het roer-
            (en bracht zij niet vaak specerijen of kruid,
             verhalen van volken van ver, navigerend op zon of op ster,
             en kennis was mooglijk haar dierbaarste buit)
als prooi in de haven voor ’t zuigende slik
met scheuren in ’t zeil en met paalworm in ’t hout
ontbeerde zij olie en teer
het deerde geen mens, want weleer was niet meer
er werd nu niet meer op het vreemde vertrouwd

zo lag zij als prooi voor het zuigende slik
de landman vergat haar, het ging immers goed
wie heeft als het gaat als het moet,
belang bij het zicht van ‘de wijdere blik’ ?

© ton de gruijter 

vrijdag 23 november 2018

black friday!



nu!
van € 14,00 voor € 14,00.

maar dat is toch geen voordeel?
weet u, voordeel is een relatief begrip.
nu volgend jaar de btw wordt verhoogd, is € 14,00 relatief gezien een goede prijs.

voor de feestdagen? of gewoon op de bank?
een boek is altijd goed.

'een schommel treft geen blaam' is rechtstreeks verkrijgbaar via de uitgever ( aquazz: een schommel treft geen blaam ), via de boekhandel of bij mij.

maandag 12 november 2018

avenue rancune


als scheiding tussen wie het één
dan wel het ander kreeg,
bestraatte men de avenue rancune,
net langs de herenstraat en armensteeg

ja, breed was zij, maar niet te breed
toch bleef zij in het midden leeg,
een oversteek scheen geenszins opportuun,
zodat men naar elkander keek en zweeg

zo keek men naar elkanders tooi en smuk
of juist naar ’t losser lijf en ’t vrijer vlees

noch aandrift, zin noch zucht
kwam hier ooit verder dan de lucht
die over steen, door groen omzoomd
(wat steeds aan gene kant wat groener leek)
aan stukken blies wat werd gedroomd
aan beide zijden van de avenue rancune,
waar elkeen tegen d’ ander zweeg en keek

© ton de gruijter

maandag 10 september 2018

eerstelings end


als eersteling schonk hij een deel van de oogst,
zijn lam werd voor minder bedeelden geslacht
vijf muntstukken gaf hij de monnik, die ’t goede voorzag

zijn draad was nu vrijwel tot ’t einde getwijnd

zijn dochter verkoos nu een jongeling ’s hand,
zijn zoon werd betaald door een zeeman
die kort’lings het water op ging,
weg van ’t land
en nu zag hij bloemen ontspruiten op ’t graf van zijn lief
en dansende vlinders,
het teken van hoop

zijn tred was nu vrijwel aan ’t eind van zijn loop

als eersteling zocht hij ’t beboste gebied
voor het end van zijn tijden
alsmede een god,
om ten leste zijn ziel uit te snijden

© ton de gruijter 

maandag 3 september 2018

victories' roes


en toen de winnaars van de krijg
haast zingend kwamen t’rug gereden,
de overwonnenen gekneveld,
ontsproot victories’ roes,
zo raakte men beneveld

men richtte bogen van triomf,
en beelden voor de held,
die hun militie had geleid,
de held, die ’n vijand had geknecht,
die hen het eind gaf van de strijd

en zij, die hen ooit tegenstreefden
zij werden dienaars van de stad
zodat de stedeling
veel minder dan voorheen
nog arbeid had

zo ging victories’ roes
zo kwam ’t dat bijna niemand merkte
hoe verslavend vrijheid werkte

© ton de gruijter 

maandag 27 augustus 2018

de vliegende leugen


de duif, die de brief
naar zijn ouders,
zijn lief,
in de stad waar hij woonde, toe vloog
wist niet  dat de schrijver in ’t schrijven steeds loog

hij schreef hen geen zorgen te hebben
- ’t ging goed’ –
hij zweeg over ’t strijden, de wonden, het bloed,
de dagmars, de moeheid, de angst in de nacht
hij zweeg over d’ heimwee die ’t denken hem bracht

hij schreef over trots,
het dienen van stad en van vlag
en dat hij hen miste,
hun kus en hun lach

de liefde was zwaarder dan dat hij bedroog,
zo dacht hij, wanneer hij zijn woorden weer losliet,
op weg naar omhoog

© ton de gruijter 

zaterdag 18 augustus 2018

het storen van vreugd


’t ging goed met de stad, en de welvaart nam toe
men was niet als vroeger van ’t arbeiden moe,
want meer dan voorheen werd techniek ingezet
en meer dan voorheen ook genoot men verlet

de tijd werd gevuld met onschuldig vermaak
en alles was mooier dan mooi
(zo hoorde men vaak)
en iedereen werd door de ander geroemd,
werd knap en geweldig genoemd

’t werd vluchtig,

kritiek raakte uit
en langzaam ontstond het eentonig geluid
van redeloos volk,
almaar klakkeloos blij
slechts één,
die ’t bijzondere in het gewone niet zag
viel op, daar hij geen onbenullige lach
als reactie op anderen gaf

men dacht dat zijn inborst, geplaagd door venijn,
een dreiging zou zijn voor ’t vertier
een dreiging zou zijn voor het evenwicht hier
door vrees werd de vreugde verstoord
voor eenlingen had men hier beter geen plek,
niet binnen hun muren en poort

zo ging hij zijns weegs,
met flauw rond de mond een wat minzame lach
omdat hij die dag het bijzondere in het gewone pas zag


© ton de gruijter