zaterdag 14 mei 2016

broos (2)


ze wacht, met lege ogen, stijf gesloten mond
(als angstig kind dat naar een tandarts moet)
haar tas staat naast haar op de grond

de lange stilte wordt verdreven
ze kijkt niet op, maar hoort het wel
’t is onverbiddelijk, de bel

ik speel de onverschilligheid
terwijl ik haar de lift in leid
beneden schijnt de zon, ik lach
en lieg ‘het wordt een mooie dag’

ik twijfel zélf ook nog, heel even,
maar help – het moet – haar in de bus
wat rest mij dan de judaskus?

en dan verdwijnt ze, niets ziend, bang,
want ergens wacht
de eerste keer de dagopvang

© ton de gruijter
(een herschreven tekst van 24-04-2008)

5 opmerkingen: