maandag 23 augustus 2021

mijmerplein

mijmerplein


zo’n pleintje ligt ineens door groen omarmd

alsof de straten hier bewust wat ruimte lieten

voor een mijmering;


dat door de muren van het oude huis

een vreemd gezin gehuisvest wordt, verwarmd

en dat hier, juist hier

in de grond

het lichaam ligt

bijvoorbeeld van een jong gestorven luitenant,

- zo kwetsbaar ondanks helm en knopen en een sabel in de hand -

die nooit heeft hoeven hopen

op een dans met toen nog niet geboren meisjes


zo’n pleintje fluister zacht

‘jij bent al niemands zoon’

er vloeit iets kouds door je herinnering

de tand des tijds bijt als een hond je jaspand stuk


© ton de gruijter

dinsdag 13 juli 2021

boekenlegger

Omdat Nieuwegein 50 jaar bestaat mocht ik voor de bibliotheek een boekenlegger ontwerpen, tekst en beeld.




dinsdag 12 januari 2021

corona, het tellen der dagen

de discussie over voorrang op basis van leeftijd op de ic, de discussie over voorrang bij de inentingen tegen corona op basis van leeftijd laat mij deze oudere tekst uit het boek 'stadsparabelen' ineens met andere ogen lezen:


het tellen der dagen


en weer kwam een eind aan de winterse tijd,

hun zeden gewoon werden dagen geteld,

’t bericht werd op pleinen gemeld

en middels pamfletten verspreid


zo kwamen de ouden bijeen,

verzameld bij ’n mistgrijze vlag

met elk een valies,

want nu ging men scheep en de prediker bad


de walkant was vol met de jongeren, stil

en onder de indruk, als ieder jaar weer


de wende,

de wende


hun zeden gewoon zou men later

het voorjaar begroeten

met werk aan de ploeg

met de zorg voor het vee

met een kruik in de kroeg


maar eerst bleef het stil, want de prediker bad

de ouderen gingen nu scheep

hun dagen – zo was door de bodes gemeld –

waren immers gedaan en geteld


de boeg koos haar koers, ’t ongewiss’ tegemoet

een enkeling weende nog zacht

maar werd overstemd,

want de scheepshoorn klonk haast

als een kalf

zich bewust

van de slacht


© ton de gruijter

maandag 11 januari 2021

bladzij

 bladzij


al tijden lijkt het of het pad versmalt

en nergens is een weg,

die leidt naar rechts of links

mijn tred voelt na de mist opvallend licht


ik hoor geen vogels meer


ik vraag een vrouw of er een keerpunt is

zij kijkt mij vorsend aan en zegt

‘je bent te zwak’


ik voel mijn onvermogen

en in haar ogen glinstert

mededogen


hoe vreemd, dat ik mijn rust hervind


er murmelt zacht een fluisterwind


de god van hier zegt ‘ga’

de god van daar zegt ‘kom’

het ritselt even achter mij,

ik weet waarom


iets slaat mijn bladzij om


© ton de gruijter

vrijdag 16 oktober 2020

pandemia (4)

 pandemia (4)


de wolken drukken op de stad

alweer verdwijnt het licht

en langzaam gaan de luiken dicht

die men pas kort ervoor geopend had


de oude stad pandemia verstilt

want straten zwijgen,

op het plein verwaait verloren blad

de wolken drukken op de stad


maar dan!

de droge bedding van ‘de tweespalt’

stroomt weer golvend vol,

de hoofden draaien dol


het lijkt of groepen tegen groepen staan

de houders van de wetten zien het met verbazing aan

het komt tot spuwen,

slaan

de mensen lopen 

- leuzen roepend -

achter vlaggen aan


de wolken drukken op de stad

‘de tweespalt’ stroomt weer golvend vol


‘pandemia, pandemia,

men schrijft ooit nog een lied

(voor bij het vuur)

verhalend van de oude stad pandemia,

haar vol verleden en haar schraal verschiet’


© ton de gruijter 


vrijdag 25 september 2020

pandemia (3)

opnieuw ruikt men een kwade damp

de oude stad pandemia verzucht

'het is ongrijpbaar'

opnieuw ruikt men de lucht

van kruiden,

klinkt het bidden uit het godshuis op


maar plots ontwaart men nieuwe prekers,

nieuwe zieners tussen ’t volk

zij roepen op het plein

de bangen toe

‘wie vreest een wolk?’


een enkeling bespeurt venijn

wanneer de gladde tongen spreken


te laat,

men wil de regels breken


en dranklokaal na dranklokaal loopt vol

de enkeling begrijpt

‘het volk wordt dol’

en hij beweegt zich naar het zerkenveld

want veler dagen worden al geteld


© ton de gruijter