hij ziet beweging in zijn zeil,
de winden zijn hem goed gezind
hij hoort een ‘hoi ahoi’ en proeft het zilt
dat niemand proeft, alleen het kind,
de drager van zijn naam
die zo graag varen wil
het plein, het zou een eiland zijn,
de stroom verkeer van links en rechts
de golven die golven rond zijn fiets
die haast de oversteek kan wagen
en door de zang van meeuwen heen
lijkt een moederstem te winnen aan geluid
maar eten wil hij niet, dan wordt het water steen
hij schat de golf en vaart dan uit
© ton de gruijter
